Profielen

Leo Halle

26-1-1906 Deventer - 14-6-1992
clubs: Go Ahead Deventer
interlands: 15 x 1928 t/m 1937

Vanaf het eind van de jaren twintig tot midden jaren dertig had Go Ahead een zeer sterke ploeg met onder anderen de internationals Jan de Kreek en Jan Halle, de oudere broer van Leo. Met Go Ahead werd Leo Halle in 1930 landskampioen nadat de beslissende wedstrijd in de kampioenscompetitie tegen Blauwwit met 5-3 gewonnen werd. In 1933 werd hij met Go Ahead een derde maal landskampioen. Nu werd de beslissende wedstrijd in de kampioenscompetitie tegen PSV met 3-0 gewonnen.
.
Leonhard Herman Gerrit Halle, de legendarische doelman van Go Ahead, kende een hoogst merkwaardige interlandloopbaan. Hij debuteerde in 1928, in Milaan, toen vaste keuze Gejus van der Meulen om studieredenen forfait gaf. De jonge Leo Halle kreeg door zijn heldenverrichting in San Siro de bijnaam ‘Leeuw van Milaan’, later omgedoopt tot ‘Leeuw van Deventer’, maar het duurde daarna ruim zes jaar voor hij opnieuw een kans kreeg.  Dat Leo Halle pas in het late najaar van 1934 aan zijn tweede interland toekwam, was geen gebrek aan talent. Hij werd het slachtoffer van intriges. Met de Feyenoord-doelman Adri van Male was hij de man achter Van der Meulen, die eind 1933 na 53 interlands officieel afscheid had genomen, maar voor het WK in 1934 toch terugkeerde. Dat WK werd een afknapper. Nederland kon na een duel retour. Het derde en beslissende doelpunt van de Zwitsers was een afstandsschot, van zo'n 25 meter. Leo Halle herinnerde zich later: ‘Ik zie het nog voor me. Verdomme dacht ik toen, die bal zou ik hebben gehouden.’ Halle kon zich ook later nooit verenigen met de gang van zaken die hem een rol van bankzitter opleverde. Hij schreef het toe aan iets typisch vooroorlogs: het standsverschil. ‘Van der Meulen was een dokterszoontje, ik zat op de vrachtwagen. Dat was het verschil.’

Na de WK-mislukking werd Halle wel de eerste keeper van Nederland. Hij zou dat tot eind 1937 blijven, maar werd geveld door een ernstige ziekte. In januari 1936 stond in Parijs de deur van de kleedkamer te lang open. Het Nederlands elftal had met 6-1 gewonnen en de Nederlandse gezant kwam zijn felicitaties overbrengen. Halle was doorweekt geweest en liep een dubbele longontsteking op. Het land hield het hart vast. De nationale doelman was 49 dagen ernstig ziek, hij verloor zijn haardos en ondanks een terugkeer op het hoogste niveau was hij het ware vertrouwen kwijt. Hij was angstig om kou te vatten. ‘Als er een bui in de lucht hing, was ik daar drukker mee dan met de wedstrijd. Dan raakte ik de concentratie helemaal kwijt.’

Halle was met de longaandoening zijn oerkracht kwijt geraakt. Hij was een reus van een kerel, 1 meter 88 lang en honderd kilo zwaar. Hij had een vierkante borstkas en handen als kolenschoppen. Als kandidaat-international werd hij wekelijks getraind door Bob Glendenning, de toenmalige bondstrainer. In de lunchpauze van anderhalf uur werd Halle afgebeuld. Trainen met de andere spelers van het Nederlands elftal deed hij terwijl zijn vrachtwagen werd gelost en geladen. Als hij bij VUC de bondstraining meemaakte, dan kwam hij om twee uur 's nachts pas thuis. Halle had energie voor drie. In zijn latere jaren trainde hij drie clubs tegelijk. In 1942 stopte Leo Halle, na bijna 450 duels voor Go Ahead en vijftien interlands. Hij kon contracten tekenen in het buitenland, maar deed het nooit. Leo Halle kon niet buiten Deventer. In de koekstad was hij een legende. Hij hield ermee op toen hij prof werd verklaard omdat hij voor een tientje en wat reisgeld Zwolsche Boys was gaan trainen.


Na zijn voetbalcarrière trainde hij een aantal amateurclubs. Met Excelsior '31 uit Rijssen won hij het landskampioenschap bij de zaterdagamateurs. Van beroep was Halle chauffeur/monteur bij de Coöperatie Ons Belang in Deventer. In later jaren werd hij geplaagd door ziekte. Toch bleef hij tot op hoge leeftijd een vaste bezoeker van de Adelaarshorst, waar in 1986 een tribune naar hem werd genoemd.


© Voetballegends 2017