Profielen

Jaap Paauwe

3-2-1909 Rotterdam - 25-6-1982
clubs: Feyenoord Rotterdam
interlands: 8 x 1931 t/m 1932

Op 29 maart 1931 zou Jaap Paauwe in het Olympisch Stadion tegen de Belgen aan de zijde van zijn jongere broer Bas in het Nederlands elftal debuteren; Jaap als rechtshalf, Bas als spil. Jaap verscheen aan de aftrap, maar wegens een blessure moest Bas op het laatste moment zijn plaats als spil afstaan aan de Ajacied Wim Anderiesen. Het plan van de keuzeheren om de complete middenlinie van Feyenoord (Jaap Paauwe-Bas Paauwe-Puck van Heel) in het veld te brengen, werd hierna niet meer uitgevoerd. Dat was wel in 1937 het geval, maar toen werden de kanthalfs Bas Paauwe en Puck van Heel tegen Luxemburg vergezeld door de rijzige Feyenoord-spil Gerard Kuppen. Jaap Paauwe verloor zijn plaats in Oranje in 1932 min of meer aan zijn broer. In dat jaar was Bas eerst nog drie maal als reserve achter Jaap aangewezen. 


Van de twee broers, die in Rotterdam-Zuid in een groot en zeer arm gezin opgroeiden, was Bas zonder twijfel de betere en vooral meer gedreven voetballer. Bas was een technisch perfecte speler, Jaap eerder een zwoeger. Hoewel Jaap en Bas Paauwe jarenlang bij Feyenoord samen speelden, trokken ze privé weinig met elkaar op. Jaap was machinebankwerker en geheelonthouder, Bas lustte een borreltje en was kastelein. Jaap emigreerde in 1950 naar Zuid-Afrika, maar heimwee dreef hem in 1957 terug naar Nederland. Zowel in Zuid-Afrika als na terugkeer in Nederland trainde hij enkele kleine clubs. Ook was hij nog even actief als scheidsrechter. 


© Voetballegends 2018